“Geen uitslag bij de F-jes, nou en!”

Dé sportjournalist fan it AD, Sjoerd Mossou, skreaun hjoed in treffend stik yn it AD oer it jeugdfuotbal wêr wy as SDS ús hielendal yn fine kinne. Jim kinne it ek fine op www.ad.nl.

“Geen uitslag bij de F-jes, nou en!”

Volgens Erik ten Hag gaat het de verkeerde kant op met onze ‘winnaarsmentaliteit’, want bij onze jeugd wordt tegenwoordig ‘de uitslag niet meer bijgehouden’. Fred Rutten vindt dat ook belachelijk en Johan Neeskens ook.

U misschien ook wel. Boeh!

Het klinkt ook best logisch: als er bij de jeugd geen verschil meer is tussen winnen en verliezen, creëer je nooit winnaars. Slecht tegen je verlies kunnen is een nogal cruciale eigenschap voor een topsporter.

Dat is op zichzelf hartstikke waar natuurlijk, maar toch is het een regelrechte onzindiscussie, of beter nog: dom gelul. Een klein doch cruciaal detail is namelijk: het is compleet onwaar dat wij in ons jeugdvoetbal opeens zonder officiële uitslagen zijn gaan voetballen.

Die verandering betreft – sinds dit seizoen – uitsluitend kinderen van vijf, zes, zeven en acht jaar. De jongens die we vroeger kabouters en F-jes noemden dus. De kleintjes van twee turven hoog.

Vanaf negen jaar speelt iedereen in Nederland doodgewoon in een competitie, compleet met ranglijst en doelsaldo en de hele rataplan.

De grootste grap in deze discussie is: uitgerekend in Duitsland en België spelen jeugdspelers veel lánger zonder rangen en standen, ongeveer tot de puberteit zelfs. (U weet wel, het ene buurland is al eeuwen berucht om zijn Kampfgeist, het andere buurland verzuipt in de talenten.)

Er is vast geen rechtstreeks causaal verband in deze, en anders valt dat onmogelijk te bewijzen, maar er is wel over nagedacht natuurlijk. Ze zijn heus niet knettergek daar.

De gedachte is heel simpel: kinderen die graag willen winnen, hebben dat op jonge leeftijd van nature, of je de uitslagen nu ‘officieel’ bij houdt of niet. Die kinderen weten na afloop echt wel of ze gewonnen hebben. (En de rest is het bij het penalty’s nemen alweer vergeten. Ook prima.)

De crux ligt hem veel meer bij de leiders en jeugdtrainers. Als jeugdtrainers het belang van een uitslag of stand namelijk te groot maken, zo menen de Duitsers/Belgen/specialisten, dan verliezen ze hun aandacht voor het spel zelf, voor de individuele ontwikkeling van spelertjes, voor het uitgangspunt om jonge kinderen bovenal te leren voetballen.

(Óók in mentaal opzicht. Op die leeftijd zit winnaarsmentaliteit hem niet in een stand of uitslag, maar veel meer in de wil om een bal terug te veroveren, letterlijk in vallen en weer opstaan.)

U kent ze ongetwijfeld ook: de jeugdtrainers die steeds de grootste en sterkste jongen achterin zetten, in plaats van ook een keertje op het middenveld, om zo zijn coördinatie en creativiteit te verbeteren. De jeugdtrainer die niet zozeer wisselt om zijn spelertjes beter te leren voetballen, maar om een wedstrijdje tegen Schoonhoven F3 over de streep te trekken.

Bovenal voor die jeugdcoaches is deze (tamelijk onbeduidende) aanpassing bedacht. U kunt het daar nog steeds mee oneens zijn, prima natuurlijk, zo wereldschokkend is het allemaal niet, maar dan nog.

Denkt u werkelijk dat ons voetbal ten onder gaat omdat we bij de F-jes geen officiële standen bijhouden? Denkt u echt dat het probleem van onze vaderlandse ‘winnaarsmentaliteit’ hem zit in een administratief dingetje bij kinderen van zeven, acht jaar?

Kom op zeg. Ophouden nou, hoor.

Sjoerd Mossou

Bron: www.ad.nl